Ipconfig (/all) is een netwerkcommando dat gedetailleerde informatie toont over het netwerk van de computer, zo kan je de IP-addressen, subnet mask, gateway, DHCP server, en DNS servers. zien. (eerder benoemde bergippen onder de kopjes, netwerkprotocollen en netwerkbeheer)
Bron: whatismyip.com
Ping staat voor Packet Internet or Inter-Network Groper. Ping is een hulpmiddel om te testen of een apparaat bereikbaar is via een netwerk. Zo ja, dan geeft ping aan hoeveel milliseconden het duurde om antwoord te krijgen. Oftewel, als je ping 10ms is, heb je erg snel internet, maar als bijvoorbeeld 200ms is, is je internet wat langzaam.
Bron: Ziggo.nl
Een tracert wordt ook wel een traceroute genoemd. Het is een hulpmiddel om te zien welke route jouw internetverbinding volgt van je computer naar een website. In de route geeft de tracert ook aan welke tussenstops (Routers) hij is gepasseerd. De eindsnelheid van deze processen geeft hij tot slot aan in milliseconden.
Bron: Teletopix.org, strato.nl
Een NS lookup is een hulpmiddel/manier om te weten te komen welk IP-adres bij welke website hoort. Hij vraagt de informatie op van de DNS-informatie van een domein, dit wordt later vertaald tot een IP-adres. Zo kan je websites als Youtube.com omzetten naar een IP-adres wat computers wel begrijpen in tegenstelling tot domeinnamen.
Bron: Iplocation.net, itigic.com
Netstat is een hulpmiddel/manier om te zien welke netwerkverbindingen en poorten je computer gebruikt. Ook toont het welke programm'as er verbinding maken met het internet en bij welke servers ze horen. Dit is erg handig om te controlleren of er geen onnodige verbindingen actief zijn, ook kan je problemen zien. Je kan dus letterlijk de status van je netwerk zien, vandaar de naam netstat.
Bron: Ionos.com, amaotaiwo08.medium.com